Blog: Testrapporten brandwerendheid lezen voor dummies

Testrapporten lezen voor dummies:

Brandwerende producten moeten getest worden volgens Europese eisen. Alle bonafide producenten en leveranciers hebben deze testen gedaan, gewoonweg omdat dit de enige mogelijkheid is om aan te tonen dat producten goed zijn. Deze testen moeten uitgevoerd worden door geaccrediteerde testinstellingen, in Nederland zijn dat Efectis of Peutz. Je kunt op de website van Egolf (European Group of Organisations for Fire Testing, Inspection and Certification) kijken welke andere Europese testinstituten geaccrediteerd zijn http://www.egolf.org.uk/member-profiles.html .

Helaas blijkt dat er marktpartijen zijn die niet of onvolledig getest hebben. Hoe kun je nu nagaan of  een product daadwerkelijk voldoet aan de eisen? Vraag het testrapport op bij de leverancier! Soms zul je dit niet krijgen omdat in testrapporten bedrijfsvertrouwelijke gegevens vermeld kunnen zijn, vraag dan om het  classificatierapport, , het certificaat, het assessment of classificatierapport, een betrouwbare leverancier zal je dat geven.

Waar moet je op letten?

1.       Is het rapport van een geaccrediteerde instelling (Egolf)?

2.       In het rapport zal duidelijk worden of er getest is in een steenachtige- of in een lichte scheidingswand (metal stud). Let er daarbij op dat producten die in een steenachtige wand getest zijn NIET geschikt hoeven te zijn voor lichte scheidingswanden(!) Je kunt je dit voorstellen.

3.       In het rapport zal staan wat de brandwerendheid is van het product. Dit is voor de bescherming van draagconstructies (staal) een ‘R’ (bezwijken,  bijvoorbeeld R 60 waarbij de 60 staat voor het aantal minuten dat deze draagconstructie bij brand functioneel zal blijven), voor deuren en puien geldt afhankelijk van de eisen in NEN 6069 een ‘E’ (vlamdichtheid), ‘I’ (isolatie) of ‘W’ (straling). Vaak zie je dan dat een deur of pui EW 60 of EI 30 is. Een wand en doorvoeringen zijn altijd ‘EI’. Het is dan EI 60 bij brandscheidingen, EI 30 bij beschermde subbrandcompartimenten of EI 20 bij subbrandcompartimenten (rookscheidingen).

 Veel voorkomende fouten:

1.       Een product is niet getest in een lichte scheidingswand maar wordt daar wel toegepast.

2.       Een product heeft alleen een E 60 criterium gehaald maar wordt als EI 60 toegepast. Je ziet dit helaas vaak bij metalen leidingen, zeker wanneer de diameter wat groter is.

3.       Een product is niet getest in een geaccrediteerd testinstituut.

4.       Een product wordt door derden, niet ter zake kundige partijen, akkoord bevonden op grond van soms ook nog eens officieuze testen of interpretaties.

Overigens: BBN, de vereniging Brandveilig Bouwen Nederland, heeft een gedragscode met haar leden afgesproken. Deze is in te zien op de website van BBN, twee belangrijke artikelen daaruit in bovenstaand kader zijn:

·         “De brandveilige prestatie van de producten en diensten kan worden aangetoond door middel van een certificaat of assessment van een geaccrediteerde instelling.

·         In geval waar het niet mogelijk is om de brandveilige producten en diensten te voorzien van een certificaat of assessment van een geaccrediteerde instelling, dan wordt dit vooraf expliciet schriftelijk vermeld aan de opdrachtgever en/of afnemer (waarschuwingsplicht).”

 

Vraag dus de certificaten of assessments aan bij de leverancier. Mocht je die niet krijgen dan kun je een klacht indienen bij BBN (Brandveilig Bouwen Nederland - www.bbn.nu) .

 

Mocht je een keer problemen hebben met het beoordelen van testrapporten? Bel naar Witlox-Brandveiligheid, we helpen je graag.

 

Heb je aanvullingen- of suggesties op, of ervaringen over dit artikel? Laat het ons weten!

0 Berichten

Blog: Brand acceptabel?

Het IFV, en dan met name René Hagen, lector Brandveiligheid, onderzoekt dit jaar wat genoemd wordt “acceptabele branden”. Het onderzoek neemt het Bouwbesluit als basis. Daarin staat heel duidelijk het doel van het brandveiligheidsdeel van het bouwbesluit, te weten: “ veiligheid van personen en beperken schadelast buurpercelen”.

Dit is op zichzelf een beperkte doelstelling, toch? Het onderzoek gaat met name in op het feit welke branden de overheid acceptabel zou mogen vinden en welke onacceptabel die door te veel gevolgschade of overlast voor de maatschappij tot gevolg hebben. Voorbeelden zijn het noodzakelijk afsluiten van snelwegen (brand bij Van Gansewinkel), milieuschade (brand bij Chemie Pack), treinen die niet rijden (brand bij ProRail), telefoonnetwerken die uitvallen (brand bij Vodafone) etc. De mensen waren veilig en de buren gespaard van brand dus ‘voldeden’ deze branden aan de doelstelling van het Bouwbesluit, … maar zijn deze gevolgen acceptabel?

Witlox Brandveiligheid vindt het onderzoek naar wat nu wel of niet acceptabel is een goede zaak. Witlox Brandveiligheid gaat over gevolgen van brand vaak in overleg met haar klanten. De schade betreft dan wel geen macro-economisch belang, maar wel dat van de relatie zelf. Vaak wordt namelijk gedacht dat als men voldoet aan het bouwbesluit de gevolgen van brand wel goed geregeld zijn. Niets is minder waar. Wij nemen onze relaties mee in het nadenken over de risico’s. Wat zijn de risico’s, kan een bedrijf of instelling direct door na een brand, komen de klanten nadat het bedrijf of de instelling weer operationeel is terug, is risico goed afgedekt door verzekeringen, is er imagoschade denkbaar, etc. Witlox Brandveiligheid is blij met dit onderzoek van het IFV en hoopt dat dit gebouweigenaren meer bewust maakt van de risico’s die zij lopen bij brand.  

 

©Witlox Brandveiligheid 26-01-2017

0 Berichten